triangle-right

Vanaf 1 september 2023 strengere regels bij verkoop aan consumenten

Vanaf 1 september 2023 strengere regels bij verkoop aan consumenten

Op 1 september 2023 treedt een nieuwe wet in werking die de minnelijke invordering van schulden ten aanzien van consumenten regelt. Vooral de onderneming-schuldeiser wordt hierbij geviseerd nu het nieuwe boek XIX van het Wetboek Economisch Recht (WER) een aantal  bijkomende verplichtingen oplegt in hoofde van de schuldeiser. 

Twee nuanceringen wat betreft de voorziene deadline: ten eerste geldt de nieuwe wetgeving enkel voor facturen die worden uitgeschreven vanaf 1 september; ten tweede voorziet de wet voor bestaande contracten in een overgangsperiode tot 1 december.

Héél belangrijk: bovenstaande wijzigingen gelden enkel in de B2C-context (m.a.w. tussen ondernemingen en de consument). In B2B-relaties (m.a.w. tussen ondernemingen) blijft de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties van toepassing. 

Hieronder worden de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen van de nieuwe wet opgesomd.

1. Verplichte kosteloze eerste herinnering

Een belangrijke vereiste die wordt geïntroduceerd, is dat een onderneming verplicht is om een eerste kosteloze herinnering aan de consument te sturen voordat schadebedingen kunnen worden toegepast. Vervolgens dient de schuldeiser een termijn van 14 kalenderdagen te respecteren vooraleer hij zich kan beroepen op verwijlinteresten of een schadebeding. De eerste ingebrekestelling bevat dus enkel de hoofdsom. 

2. Verplichte vermeldingen

De eerste kosteloze herinnering is onderhevig aan enkele vormvereisten. Zo moeten volgende zaken expliciet worden vermeld: het te betalen saldo en bedrag van het schadebeding dat bij wanbetaling geëist wordt, de naam en ondernemingsnummer van de onderneming-schuldeiser, een duidelijke beschrijving van het product, de datum en vervaldatum en de termijn waarbinnen de schuld moet worden betaald alvorens kosten en interesten kunnen worden gevorderd.

3. Plafonnering van de contractuele interesten en forfaitaire schadevergoedingen

Naast de beperking van het aanvangstijdstip van de interesten, kan de onderneming slechts interesten vorderen voor zover dit contractueel is bepaald, én zijn de interesten geplafonneerd tot de wettelijke interest zoals opgenomen in de Wet van 2 augustus 2002. Op heden bedraagt dit percentage 10,5%. 

Ook voor wat betreft de schadevergoedingen voorziet de wet maximumbedragen in functie van het verschuldigd saldo, en dit op voorwaarde dat dergelijke vergoeding uitdrukkelijk is bepaald in het contract met de consument.

Deze forfaitaire schadevergoedingen worden beperkt als volgt (op basis van de hoofdsom):

Aangezien onrechtmatige bedingen (lees: bedingen strijdig met bovenvermelde wetgeving) voor niet-geschreven worden gehouden, is het van cruciaal belang dat uw algemene voorwaarden zijn aangepast aan de nieuwe wetgeving.

4. Sanctionering

Het niet-naleven van voormelde bepalingen kan bijzonder verregaande gevolgen hebben. Op verzoek van de rechter zullen betalingen die de onderneming ontvangen heeft in strijd met de wet, aan de consument moeten worden terugbetaald. 

Een bijkomende sanctie is dat de consument van rechtswege vrijgesteld wordt van betaling van het schadebeding, hiermee bedoelend zowel de interesten als de schadevergoeding. 

Daarenboven zijn er ook administratieve sancties en zelfs strafsancties mogelijk.

Het is duidelijk dat heldere en geldige algemene voorwaarden van cruciaal belang zijn voor uw onderneming.

Voor de opmaak en/of aanpassing van uw algemene voorwaarden, alsook voor bijkomende toelichting en advies, kan u bij ons Legal Team terecht.